In een ver verleden werd Mauro Pawlowski bekend als de zanger van Evil Superstars, waarbij hij menig vrouwenharten veroverde. Maar toen was hij al gestoord genoeg om een punt te zetten achter het bestaan van deze band, en met de tijd nam de waanzin toe. De ene dag zit hij in de studio met dEUS, de andere dag staat hij op het podium van een illegaal festivalletje in een kraakpand. Zijn eigen solo-projecten die hij opricht brengt hij terug tot de vernieling, met de bedoeling deze dan weer te laten reïncarneren in een nieuwe gedaante. Hoe het allemaal zover is kunnen komen, daar wilde Sub::Ported wel eens het fijne van weten. We gingen het hem zelf vragen, ergens in een café in het centrum van Antwerpen.

 Sinds het nieuws is bekend gemaakt dat je lid bent geworden van dEUS, zie ik links en rechts toch wat fans die zich panikerend afvragen of je nu wel nog tijd genoeg zal hebben voor je eigen projecten. Velen vragen zich bijvoorbeeld af of Somnabula ooit nog wel als Otot zal verrijzen.
Die Otot-plaat is eigenlijk al lang afgewerkt. Maar ik heb een vreemde manier van werken; ik steek heel veel werk in de dingen die ik maak en als ik daarmee bezig ben is dat voor mij iets van levensbelang, maar eenmaal de plaat af is, vergeet ik bij wijze van spreken dat ik ze gemaakt heb en doe ik er niks mee. Nee, ik heb thuis allerlei dingen liggen en de komende tijd zal ik veel onderweg zijn met dEUS, maar dat is niet erg, want er is natuurlijk zoiets als moderne technologie: laptop, telefoon, kurkentrekker, walkie-talkie, digitale ‘Vier Op Een Rij’,... Voordat in september de grote tournees met dEUS beginnen, ben ik me nu wel wat aan het haasten om mijn bureau als het ware leeg te maken. Al die Otot-dingen werk ik nu dus snel af.

Zal Otot, de reïncarnatie van Somnabula, in een compleet nieuwe gedaante herrijzen en ook een andere muziekstijl brengen?
Het is natuurlijk een vervolg op Somnabula, maar het zal toch wel enigszins anders klinken. Die Otot-plaat zal eigenlijk verspreid over een aantal verzamel cd-r’s verschijnen. De nummers zijn gemaakt volgens een eenvoudig principe: het eerste idee voor een arrangement wordt gebruikt, dat zal het uiteindelijk worden, geen compromis. Bijvoorbeeld: ik kom op een tekst, ik klop op een drummer of ik klop op mijn gitaar en dat is dan mijn eerste idee. Mijn nummers zijn dus een verzameling van eerste ideeën die ik weiger te verbeteren en zo klinkt het ook.
Mijn Somnabula-cape die ik aantrok bij mijn optredens heb ik ondertussen weggegeven, en alle Somnabula-instrumenten heb ik kapot gemaakt of weggeschonken aan een slecht doel.
Maar Otot, tja... ik ben als een kindje, hé: altijd even enthousiast over mijn eigen plannen, maar dan vliegt er plots een mus langs het venster en ben ik weer afgeleid. Dan is mijn goesting over om die plannen uit te voeren. Eerst wou ik van Otot trouwens een half pop, half mens maken en alleen in een virtuele dimensie voortbewegen, in een video. Misschien maak ik er tekeningen van. Er schiet mij nu plots op dit moment de naam van iemand te binnen die ik zeker moet gaan aanspreken. Dank u daarvoor, waar interviews toch allemaal niet goed voor zijn! Ik wil iemand gaan aanspreken die daar iets van kent.

Beschouw je Otot in eerste instantie als muziek of eerder als een soort performance? Of vind je dat allemaal hetzelfde, namelijk entertainment?
Welja, het is natuurlijk entertainment met de grote E. Maar dan onder de vertakkingen van grote kunst en muziek. Een beetje vanalles, eigenlijk.

Afgelopen jaar werd je uitgenodigd door de Ancienne Belgique om curator te zijn van ‘La Belgique 666 points’, een evenement waar je allerhande vreemde en obscure performances hebt geprogrammeerd. Er was ook een eenmalige reünie van de Evil Superstars te zien. Maar in plaats van oude getrouwe Superstars-nummers te spelen, hebben jullie een drie kwartier durende cover van Sleep gespeeld. Hoe kwamen jullie tot dat idee?
Dat was het nummer ‘Jerusalem’. Het origineel duurt drie kwartier, maar wij hebben er 70 minuten van gemaakt. Een sludge stonerrock-achtig epos. We hebben daar met de Evil Superstars eigenlijk net hetzelfde gedaan als wat we vroeger deden, in die zin dat we een plaat uitbrachten en daarna die nummers al niet meer speelden. Maar toen werd daar niet zo hysterisch over gedaan. Als je maar lang genoeg wacht begint zoiets tot pseudo-mythische proporties te rijpen. Dan is het maar zo.
‘Jerusalem’ is wel een compositie, maar er zitten toch ook grote delen improvisatie in. Da’s zo’n nummer dat bestaat uit een skelet van een pre-Big Bang goddelijk reptiel. Dat hebben we een beetje als kapstok gebruikt voor onze improvisatie. Dat nummer kan je niet letterlijk naspelen, want Sleep heeft hun systeem zelf wellicht uit een of ander Egyptisch perk gehaald. Dat hebben we niet kunnen achterhalen, want de bibliotheek was om vijf uur gesloten en wij begonnen pas te repeteren om kwart na vijf.

Hoe gaat dat dan in zijn werk als je aan zo’n nummer begint te repeteren?
Je moet gewoon de juiste geestesinstelling hebben. We hebben toch een anderhalf kwartier gerepeteerd. Ja, grappig dat je erover begint. Nu we het over repeteren hebben schiet me weer iets te binnen. Toen we vorig jaar met The Grooms samenkwamen wilden we wel eens weten hoeveel we in totaal gerepeteerd hebben. Onze gitarist houdt een gedetailleerde agenda bij en toen hij die bekeken had, was hij tot de vaststelling gekomen dat we met The Grooms in 2004 in totaal anderhalf uur hadden gerepeteerd. Ik ben dus eigenlijk niet zo gek op repetities.

Mogen we dan aannemen dat al jullie optredens uit pure spontaniteit tot stand komen?
Nee, da’s nu ook niet waar. De kunst van het improviseren heeft heel strenge regels en vereist discipline, in de voorbereiding en in de levenswijze. En het is daar waar de repetitie in zit. Als je dan samenkomt om de muziek samen te brengen is dat eigenlijk alleen maar een formaliteit.

Wellicht zul je dan met de Parallells (Mauro met Miguel Sosa en Sickboy,nvdr.) alles wat met voorbereiding te maken heeft overboord gooien, want daar is helemaal geen lijn in terug te vinden.
Nee, bij de Parallells is die lijn opgefrommeld en hebben we ze in de wasmachine laten zitten, en dan later helemaal verbleekt teruggevonden. We hebben ze dan weggesmeten, er met de tractor over gereden, ingeslikt en door een lintworm laten bespelen. Die lintworm speelt er dan ‘Eruption’ van Van Halen op.

Hoe ben je in contact gekomen met het Antwerpse Roborecords, dat onder andere de Parallells en je gelimiteerde soloplaat ‘Secret Guitar’ heeft uitgebracht? Ben je al lang vertrouwd met die Antwerpse obscurity-scene?
Ja die mannen, ik werd daar naartoe gezogen door vibraties als naar een of andere oude in een bikini geklede zigeunerin, die een zwarte zon in haar schoenendoos heeft verstopt, waardoor je er instinctief door aangetrokken wordt.

We kennen je voornamelijk als zanger en gitarist, maar durf je je ook soms te wagen aan wat gesample en dergelijke knopjesdraaierij?
Ja natuurlijk, ik doe dat eigenlijk voortdurend . Die platen van Mauro & The Grooms heb ik bijna helemaal alleen gemaakt en da’s ook allemaal elektronica. Somnabula ook. Ik werk eigenlijk altijd met de combinatie van analoog en digitaal.

Werk je het liefst in je eentje thuis of samen met anderen in een groep?
Beide. In een groep spelen is heel fijn, maar af en toe eens op je eentje doet ook wel deugd.

Zijn er dan dingen waarbij je absoluut enkel de ideeën van jezelf wil gebruiken en waar niemand zich mag in mengen?
Ah ja, mijn muziek is heilig voor mij, alleen je lief mag je delen met groepsleden. Nu ben ik een nieuw project bezig met een vrouwelijk Russisch koor een een groepje dat bestaat uit betogers. Ik ga trouwen met de vrouwen uit dat koor en aangezien die betogers mijn groepsleden zijn kunnen we wel nog een feestje verwachten. Het resultaat zal dan natuurlijk op plaat verschijnen. Of op papier. Je weet wel, een papieropname, 30.000 exemplaren op ponskaart voor draaiorgel. Ook de verzamelde werken van de Evil Superstars kunnen we op ponskaart uitbrengen op 250.000 exemplaren. Daar moet zeker een markt voor zijn. Dan kunnen we met een vliegtuig al die ponskaarten over Wallonië gooien. Dan ga ik zo’n gigantisch draaiorgel in de hof van Marc Dutroux plaatsen en dan moeten al die mensen die 250.000 ponskaarten afspelen. En we kunnen een festival organiseren, een samenwerking met Clearchannel en Boekt Blues (een bluesfestival in Heusden-Zolder, nvdr.), een draaiorgelfestival voor apen, met Bubbles, de aap van Michael Jackson, als hoofdact.

Dat soort experimentele gitaarmuziek zoals je plaat ‘Secret Guitar’ onder de naam Mauro Antonio Pawlowski, is dat een genre dat je zelf veel beluistert?
Ja tuurlijk, sologitaar is iets wat ik heel veel beluister omdat ik heel graag gitaar hoor. Het is natuurlijk allemaal begonnen met ‘Eruption’ van Van Halen. Dàt en de intro van ‘Stairway To Heaven’. Dan had ik de smaak te pakken en ging ik verder zoeken: van de klassieke Leo Brower tot de freejazz improvisatoren. Ook Derek Bailey vanzelfsprekend. En nu is er een hele neo-sologitaar scene. Raga gitaar en zo, dat vind ik fantastisch. Ik heb gehoord dat Sir Richard Bishops binnenkort naar Gent komt. Samen met Prince & The Revolution is Sun City Girls (waar Sir Richard Bishops lid van is, nvdr.) toch een van mijn favoriete bands.

Heb je soms nog een voorkeur voor bepaalde labels waarop je ooit iets zou willen uitbrengen?
Er zijn wel een pak labels waarop ik iets zou willen uitbrengen. Van Motown tot Glasvocht! Wat heb je daar allemaal nog? Revenant, Sublime Frequencies, Load Records, Johnny Hoes, noem maar op.

We kennen je als een veelzijdig artiest die zich aan vele genres durft te wagen. Zijn er bepaalde genres die je nooit zou willen beoefenen?
Nee, er schiet mij niet meteen een genre te binnen dat ik niet zou willen beoefenen.

Of zijn er genres die je echt graag zou doen, maar die je om een of andere reden helaas niet kàn doen?
Ja tuurlijk, klassieke muziek bijvoorbeeld. Daar moet je wel voor opgeleid zijn.

En je samenwerking met Willy Claes dan?
Die kan uiteraard wel noten lezen. Maar ja, klassieke muziek was dat nu ook niet meteen. We hebben Joy Division gespeeld, Frankie Goes To Hollywood en The Shadows. Willy heeft wel solo wat middeleeuwse kerstliederen gespeeld.

Zijn er dan dingen waaraan je weigert mee te doen?
Ja, dat wel natuurlijk. Als het moet, moet het, maar als het me echt helemaal niet plezant lijkt, doe ik het niet. Tenzij er iemand een vette cheque op mijn hoofd plakt, dan wil ik er wel eens een pint over slapen. Maar voor de rest moet het op z’n minst toch een beetje vrolijk blijven. Ik heb nu wel de luxe dat ik altijd dingen kan doen waar er mij toch iéts interessant aan lijkt. Maar meestal stort ik me gewoon in het avontuur. Soms is de kans wel groot dat het een fiasco zal worden. Maar de rode draad in mijn manier van werken is dat ik zoveel mogelijk de mislukking opzoek en dan achteraf plak ik de kleerscheuren aan elkaar op een notenbalk. Dat is dan het uiteindelijke resultaat. Maar die mislukking zoek ik natuurlijk onbewust op. In principe is het voor mij wel een vereiste dat ik met mensen werk die iets te vertellen hebben en die getalenteerd zijn. Ik ga mijn tijd niet aan ongetalenteerden verspillen.

Wat betekent ongetalenteerd dan voor jou?
Een ongetalenteerde is voor mij iemand die zich bezondigt aan de grootste artistieke zonde, en dat is saaiheid. Dat is voor mij het allerergste. Je mag de meest vulgaire, plastieken klank voortbrengen, maar wees alstublieft niet saai.

Sommige mensen vinden iets als langgerokken drones bijvoorbeeld wel saai.
Inderdaad, dat is waar. Maar ja, ik heb het dan over wat ik persoonlijk saai vind. Ik kan gewoon niet met iemand overweg die ik saai vind.

Zijn er soms dingen waar je aan meewerkt waar je op voorhand niet te veel van verwacht, maar die je op het moment zelf wel verrassen?
Bwa niet echt. Voor mij is muziek nog altijd een even groot mysterie, waarvan ik nooit weet waar ik ga uitkomen. Ik hoef ook niet te weten of we ergens gaan uitkomen.

Ik heb al vaak gemerkt dat sommige muzikanten die succes hebben, plots toch weer zin krijgen om iets kleinschaligs te doen.
Ja, soms kan je niet anders dan iets kleinschaligs doen. Ik kan alleen maar voor mezelf spreken, maar als ik bij een grote platenfirma zit, kom ik op de grotemensentelevisie en op een ander moment ben ik een klein tapeje aan het maken op een half exemplaar waarvan het bandje doormidden is geknipt, waardoor er op de A-kant alleen maar ruis te horen is. Maar voor mij heeft dat niets te maken met een reactie op het voorgaande.

Maar gaan de grote platenfirma’s nooit te veel druk uitoefenen op hun artiesten?
Juist, maar aan de andere kant is dat soms wel een fijne motivatie, hoor. Kijk, ik heb wel eens een periode dat ik financieel safe ben, maar dan word ik ook lui. Maar als de platenfirma dan druk uitoefent, dan motiveert dat soms wel. Als men mij een opdracht geeft waar er veel bij komt kijken en waarvan men mij zegt dat ik er iets functioneel moet van maken, dan vind ik dat niet per se een slecht idee. Eigenlijk zoek ik het zelfs op om onder druk gezet te worden.
Het gevaar bij grote platenfirma’s is dat de dingen gehyped moeten worden. En als de hype begint, dan moet je het gaan waarmaken. Da’s alleszins heel stresserend. Kijk naar de evolutie van het leven op aarde. De mens is het meest gehypete dier, die moet het dan gaan waarmaken, maar doet dat niet altijd in de meest succesvolle zin. Da’s net hetzelfde bij een LP die dan uiteindelijk flopt. Dan staan we daar met onze hype. De krokodillen en de slakken lachen ons uit! Die weten wel beter met hun lo-fi aanpak. De verwachtingen zijn minder hoog bij de blauwe sperwer. Enfin, ze hebben wel degelijk verwachtingen, maar die zijn een stuk lager. Eigenlijk ben ik niet in de juiste positie om te oordelen want zelf haat ik dieren. Je kan er geen gesprek mee voeren en ze stinken.

Het is nu blijkbaar wel een nieuwe trend in de muziek om dieren te laten meespelen op een plaat, zoals Eels dat nu doet met zijn hond.
Ja? En ‘Eels’ dat betekent toch ook ‘paling’?

Of in een cd-hoesje van Beck waar er apen te zien zijn die aan het drummen zijn.
Het woord ‘Beck’ is ook al iets van een dier; zoals de bek van een vogel.
Volgens mij zijn de dieren eigenlijk de baas, maar die laten ons gewoon denken dat wij dat zijn. Het zijn de dieren die ons gehyped hebben. Dat was heel hun cynisch plan. Die hebben ons gehypet, maar we werden een teleurstelling, en wij maar denken dat we de rode loper van hun creatie zijn. Maar langs die rode loper staan de dieren ons uit te lachen.

Volgens mij is het nog anders: eigenlijk zijn de planten de baas. Het is zoals twee honden die vechten voor een been: uiteindelijk loopt een derde ermee heen.
Hmm... Daar ben ik niet zeker van. Volgens mij zijn het twee benen die vechten voor een hond. En tussen die benen hangen wij te bengelen. Datgene dat daar hangt te bengelen tussen die dans van die twee benen, dat zijn wij.

Een tijdje geleden zag ik eens een foto van een optreden van een Beatles-covergroep. Jij stond daar ook op, volledig in het juiste kostuum.
Ah ja, dat was de groep van mijn oom. Ze speelden nummers uit ‘Sergeant Pepper’s Lonely Hearts Club Band’ en nog een paar andere nummers en ik was special guest. Dat was gewoon een eenmalig optreden in een cultureel centrum in Heusden-Zolder (waar Mauro is opgegroeid, nvdr.). Dat was wel heel plezant om te doen. Heusden-Zolder, daar gebeurt het allemaal. Lord Of The Rings is daar ook opgenomen.

Om terug te keren naar dEUS: ik moet wel zeggen dat toen ik het nieuws vernam dat jij de nieuwe gitarist van dEUS werd, dat bij mij overkwam alsof Paul McCartney plots bij The Rolling Stones zou gaan spelen.
Ik maak gewoon geen onderscheid tussen een tape opnemen met Miguel van de Paralells en met Tom Barman in de studio zitten. In het tweede geval haal ik het avondnieuws en met de Parallells haal ik de morse code van de fans van Radio Centraal. De appelclub misschien ook nog, maar da’s alles.
Tom vroeg mij vorig jaar gewoon van “Man, wat doet jij eigenlijk volgend jaar?”, ik wist daar geen antwoord op te vinden en zo was het voor mekaar. Ik ken ook echt wel alle nummers van dEUS. Ik wist natuurlijk niet hoe die gespeeld werden, maar inoefenen is snel gebeurd. Ik heb eigenlijk mee gefloten. De nieuwe plaat is een beetje een ode aan Roger Whitaker. Het zijn eigenlijk alle oude nummers van dEUS, maar dan in fluitversie vastgelegd.

 Als daar de naam dEUS op staat verkoopt het sowieso.
Toch niet, want we heten nu Anton Aus Tirol Junior.

Maar vond je die poeha rond het lid worden van dEUS dan geen vervelend bijverschijnsel?
Maar bwa neen, da’s toch plezant! Het nieuws halen en op de voorpagina’s van de kranten komen, da’s toch prachtig! En dan zomaar op het podium verschijnen met een valse snor, een varkenssnoet en een fluorescerende pedofielenregenjas!

Vind je dat terecht, al die aandacht die naar die muziek gaat? Neem nu bijvoorbeeld U2. Je kon een tijd geleden geen enkele krant openslaan of ze stonden erin, behalve in Kerk En Leven misschien. Alhoewel...
In Woef Magazine stonden ze ook! Nee, maar natuurlijk verdienen ze die aandacht. De tijdschriften, radio en televisie krijgen de aandacht die ze verdienen!

Mag je ook je eigen ideeën naar voren brengen bij dEUS?
Maar natuurlijk mag ik dat! Ik vind het ook fijn om te genieten van dEUS. Ik wil vooral dEUS-muziek spelen als ik bij dEUS ben. Ik zeg het je man, die nieuwe plaat is prachtig!

 Wat mogen we ervan verwachten?
Verwachten? Dat weet ik niet, hoor. Enkel dat het een fantastisch nieuw album wordt, dat kan ik je vertellen! Iedereen is enthousiast, dus ik ook.

Je zegt dat je vooral dEUS-muziek wil spelen bij dEUS, maar uiteindelijk bestaat dat toch niet, want al hun platen klinken volledig anders.
Bwa, toch is er een dEUS-sound, hoor. We spelen ook covers van de soundtrack van ‘War Of The Worlds’ van Jeff Wayne. We spelen heel die plaat na, en fluiten die dan tijdens de set. Die nummers komen op de nieuwe cd als ‘mystery tracks’ waarvoor je moet terugspoelen vóór track één. Maar voor de rest, niks dan goeds.

Volgens mij hebben er op een bepaald moment méér oorspronkelijke dEUS-leden in Kiss My Jazz gezeten dan in dEUS zelf, want van de oorspronkelijke muzikanten schieten er uiteindelijk nog maar twee over.
Inderdaad, Klaas en Tom. Maar het is eigenlijk wel altijd Toms groep geweest. Hij is uiteindelijk dEUS. Altijd geweest.

 Is hij ook de groep begonnen?
Euh, dat weet ik niet echt zeker. Uiteindelijk was het gewoon een groep mensen en euh... twee benen die om een hond vechten. Maar dat moet je eigenlijk aan Tom vragen, ik was er niet bij. In die tijd was ik mijn studies als boomchirurg aan het wegzuipen.

Toen de groep Skitsoy hun drummer hadden buiten gegooid, gaven ze als de reden dat het wel een supergoeie drummer was en dat er zeker een fantastisch groepsgevoel heerste, maar dat de ‘magie’ uiteindelijk niet aanwezig was bij de drummer.
Ja, drummagie is natuurlijk belangrijk. Het helpt trouwens wel om het drumstel opnieuw te laten verven. Het is pas de kleur van het drumstel die voor de magie zorgt. Als een drummer een drumstel heeft met een koperen glans, dan kan het nooit mislopen. Voor The Love Substitutes leen ik daarom altijd het drumstel van Herman Houbrechts, dat heeft een koperen glans.

Ah, ik was bijna vergeten om vragen te stellen over The Love Subsitutes (dat zijn Rudy Trouvé, Craig Ward, Bert Lenaerts en Mauro op drums, nvdr.)!
Ja, ik dacht het al! Ik dacht: “Gaan die nu werkelijk niets vragen over The Love Substitutes”!
Er zal een tweede plaat komen. Die is eigenlijk al bijna af, we moeten ze enkel nog laten masteren.

Ik heb The Love Substitutes een eerste keer gezien in de Charlatan in Gent en daarna nog eens in De Kreun in Bissegem. Daar hebben we kunnen merken dat je als drummer wel geëvolueerd bent.
Ja natuurlijk! Ik had vroeger wel eens achter een drumstel gezeten, maar ik heb pas echt leren drummen tijdens de optredens met The Love Subsitutes. Ja, ik vind dat heel plezant. Ik heb nooit thuis kunnen oefenen op de drums, ik heb daar geen plaats voor in mijn huis in Borgerhout. Toen ik begon waren mijn grote voorbeelden Moe Tucker en de drumster van The Raincoats.

Is het dan ook je streefdoel om een superdrummer te worden? Mike Portnoy van Dream Theatre achterna?
Nee, absoluut niet. Superdrummer ben ik al! Of dat was ik, maar nu begint dat wat achteruit te gaan sinds ik heb leren spelen.

Zijn er nog andere instrumenten die je graag zou leren spelen, viool mischien...?
Bij dEUS?

Of trombone?
Bwa neen, niet echt. Maar ik heb wel onlangs een psalterium gekocht, een soort driehoekig middeleeuws snaarinstrument. Ik liep de winkel uit met mijn psalterium en de verkoper bleef mij maar naroepen: “Je hebt een psalterium gekocht! Een psalterium! Onthou dat!”

Als je per se een driehoekig instrument wou kopen, kon je toch evengoed voor een triangel gaan. Da’s waarschijnlijk ook heel wat goedkoper.
Ik ging eigenlijk een drummachine kopen, maar ik kwam buiten met een psalterium.

Dat je dan als drummachine bespeelt?
Nee, ik gebruik het als eiersnijder.
Wat ik wel nog graag goed zou willen kunnen, is zingen. Maar ik loop dan om een zangstem, en ik kom buiten met een tweede psalterium. Ik heb me rot gezocht op e-Bay voor een goeie stem, maar helaas.

Je vindt dus dat je niet goed kan zingen? Dat is een beetje zoals Rudy Trouvé, die altijd van zichzelf zegt dat hij geen goeie gitarist is, terwijl gitaarspelen wel zijn beroep is.
Maar hij is de beste gitarist die er rondloopt in het zwembad vol... gitaristen.

Vind je zelf dat je technisch goed genoeg onderlegd bent als gitarist? Ik heb je eens een heel knappe cover zien spelen van ‘The Power Of Love’ van Frankie Goes To Hollywood. Gebeurt het dat het je niet lukt om een bepaalde cover te spelen omdat je het op gitaar niet kan naspelen?
Nee, technisch kan ik toch veel aan. Ik heb eenmaal een grote technische bagage. Covers spelen is geen probleem voor mij. Ik heb dan ook vroeger nog in een covergroep gespeeld. Ik speelde samen met oudere mannen en er werden nummers gespeeld van Toto en zo.

Vandaar dat je op de naam Otot bent gekomen?
Inderdaad! Inderdaad! Otot is Toto achterstevoren geschreven. Ik heb ook een opname van Otot waarbij ik een tekst van Toto achterstevoren gebruik.
Excuseer mij even. (Mauro krijgt een sms en kijkt even op zijn toestel) Moet je nu eens wat weten? Ik krijg hier nu een sms van Alf, je weet wel, dat harig wezentje uit die komische serie van vroeger. Hoe is die nu aan mijn gsm-nummer geraakt? Ik moet blijkbaar ooit eens met hem dronken naar de sauna zijn geweest. Zo’n dingen maak ik allemaal mee als ik zat ben. Dat komt ervan, hé.

fg & sh
Foto's: sh