
Een paar jaar geleden moest de Brugse troubadour Dijf Sanders zich tevreden stellen als muzikant met één enkele akoestische gitaar in zijn bezit. Hij probeerde rond te komen door ermee op straat te spelen. Ondertussen is Dijf naar Antwerpen verhuisd, heeft bijna een arsenaal van muziekmateriaal, verovert Vlaanderen met zijn groep The Violent Husbands en brengt binnenkort onder zijn eigen naam een tweede langspeler op het Nederlandse Clone label. Daarbij is hij ook met een track terug te vinden op de compilatie bij Nosordo en Glasvocht. Hoe hoe allemaal zover is gekomen, dit zouden we te weten komen tijdens een gesprek in Het Lastige Portret, een fijn restaurantje in het hartje van Antwerpen.
Dijf, je hebt de eer om jezelf te introduceren tot de Sub::Ported-lezers die je als gerenommeerd muzikant nog niet kennen.
Beginnen bij het begin van mijn carrière?
Begin maar bij het begin der tijden.
Het begin van mijn solo-carrière begon bij de aanschaf van mijn eerste gitaar. Dat werd op mijn vijftiende meteen beginnen met mijn eerste nummertjes opnemen en overdubben op twee cassettespelertjes. Ik speelde een stukje op het ene recordertje en simultaan speelde ik iets anders terwijl het opnam op het andere recordertje. Dan die twee lagen weer afspelen terwijl er nog iets anders bij speelde enzoverder. Later werd ik dat gefoefel een beetje beu en en kocht ik me eindelijk een 4-track. 6 jaar geleden begon ik dan wat te experimenteren met electronica. Ik had toen een Playstation waar een een spelletje op stond waarmee ik muziek kon maken. Vier jaar geleden begon ik dan electronica te maken op een Atari en een disc sampler, dan ging de bal aan ’t rollen.
Is je stijl dan eigenlijk puur ontwikkeld op basis van materiaal?
Ja, materiaal vormde inderdaad wel de essentie. Materiaal is niet alles bepalend, ideeën spelen natuurlijk ook een belangrijke rol, maar het materiaal vormt voor mij toch de basis.
Had je dan bvb niet de intentie om rockmuziek te maken en dan op zoek gaan naar het materiaal? Het was dus puur omdat je per toeval op deze materialen stootte?
Inderdaad, van het moment dat ik iets in mijn handen kreeg waarmee ik een sound kon creeëren, ging ik ermee aan de slag. Maar ondertussen heb ik nu genoeg materiaal, waardoor ik nu wel het comfort heb om een genre te maken die ik wil maken.
Ben ik juist als ik zeg dat ik de indruk heb dat je de laatste tijd iets meer aan het afstappen bent van de experimentele electronica en meer in de jazzy richting aan het evolueren bent?
Ja misschien, maar dat komt alleen maar omdat op dit moment toevallig enkel de meer jazzy nummers gepublished worden. Af en toe durf ik me zelfs eens wagen aan electro of house. Ik schuw niets. Onlangs heb ik zelfs een vrij bluesy nummer gemaakt à la “One Foot In the Grave” van Beck. Ik maak gewoon het nummertje waar ik juist in de mood voor ben.
“One Foot In The Grave” doet me ook wel een beetje denken aan je groep The Violent Husbands.
Juist, enkel is The Violent Husbands nog méér country.
Hoe ben je eigenlijk bij het Nederlandse label Clone terechtgekomen voor je solo-project?
Eigenlijk heb ik een hele tijd zitten azen naar platenlabels die te groot waren voor mij. Je weet wel, de bekende majors en zo. Dat deed ik omdat ik eigenlijk niet zoveel muziek en ook geen labels ken. Tot een vriend me zei dat hij een paar Hollanders kende van het electronicalabel Clone. Ik stuurde hen muziek van me op en dat was meteen raak. Ik had voordien nog nooit van Clone gehoord, maar blijkbaar hebben ze toch wel al een naam en weten ze een publiek te bereiken.
Ik heb wel de indruk dat je de laatste tijd serieus bezig bent met produceren en optredens en zo. Heb je eigenlijk bepaalde toekomstperspektieven in je muzikantenbestaan?
Mijn ideaal toekomstperspektief is heel simpel: kunnen doen met mijn muziek wat ik wil en daar net genoeg aan over houden om dat te kunnen blijven doen. Ook al moet ik jingles gaan maken voor een stomme soap om iets te verdienen, dan ga ik dat doen. De betere versie van het perspektief is natuurlijk dat ik er veel aan verdien, maar daar geloof ik toch niet teveel in. Ook veel optreden vind ik erg belangrijk. In de winter muziek maken en in de zomer optreden. Da’s fantastisch! Maar ik treed altijd graag op, maar dan vooral in de zomer, en in de winter zit ik graag achter de computer om nieuwe dingen te maken.
Je hebt onlangs ook een paar keer met Jon Birdsong op een podium gestaan, de ex-trompetist van Beck en Calexico. Hoe is die samenwerking ontstaan?
Jon is in Antwerpen gaan wonen, waar ik ook woon. Ik heb hem daar een paar keer zien optreden in een club. Hij speelde daar jazz met een drummer en iemand op contrabas. Ik zag hem zotte dingen doen met zijn trompet, draaitafel een speelgoedjes. Ik ben naar hem toegestapt en stelde hem voor eens iets samen te doen, wat hij meteen zag zitten.
Hoe is die in Antwerpen verzeild na talloze optredens met Beck en Calexico?
Weet ik niet juist, maar hier probeert hij rond te komen om voor grote Belgische namen te spelen als Stijn, en studio-opnames voor An Pierlé en Think Of One. Hij is gewoon een professionele trompetist die iedereen wil hebben door zijn enorme kwaliteiten.
Hij woont hier nu samen met een vrouw en is er dus wel in geslaagd om zich hier te vestigen.
Om terug te keren naar The Violent Husbands waar je nu behoorlijk wat optredens mee hebt geboekt, hoe zit dat met die andere twee leden? Spelen jullie ook al van het begin der tijden met elkaar?
Met Jason speel ik alleszins al sind ik mijn eerste gitaar had. Met hem wou ik destijds een bandje beginnen die we toen Sunbeam noemden. We gingen van deur tot deur om de mensen geld af te schudden om een tweede gitaar te kunnen kopen. Pas iets meer dan een jaar geleden is Jasons broer erbij gekomen om samen een soort van street act in elkaar te flansen. We gingen met onze gitaar op straat de wandelende music box uithangen: als je er geld insteekt begint het te bewegen, zingen en spelen. We hadden dan nog maar een viertal nummertjes die we vlot konden spelen en daarmee probeerden we de straat op stelten te zetten. Daarna zijn we serieus aan het songwriten gegaan. We vonden dat we enkel nog een bas nodig hadden in de groep en Jasons broer Benjamin is dan maar contrabas gaan spelen. Ik zou wel graag in ’t vervolg ook wat meer electronica in de Husbands steken. Moet helemaal geen electronicagroep worden, maar gewoon wat meer van die organische geluiden op de achtergrond, om het spectrum wat breder te maken. Ook Jason en Benjamin gaan akkoord dat de klank wat mager is, want nu is er enkel maar contrabas en twee gitaartjes. Daarmee kan je niet meteen een heuse ruimte vullen.
Maar country is toch ook niet meteen het genre die de bedoeling heeft ‘space’ te vullen?
Nee, maar we willen ook niet bij de klassieke country blijven hangen. Ik ben wel eens benieuwd hoe die electronica klinkt in combinatie met die klassiekere instrumenten. Maar het moet vooral swingend blijven en vol humor.
Jason en Benjamin wonen in Gent, terwijl jij in Antwerpen woont. Is dat dan evident om regelmatig te repeteren?
Ik moet wel toegeven dat dat een beetje mijn voeten uithangt dat ik altijd naar Gent moet komen, die treintickets kosten mij ook geld.
En als je nu eens in Gent ging wonen?
Ja eigenlijk wel een goeie vraag. Waarom woon ik nu in godsnaam in Antwerpen! Eigenlijk zit ik hier helemaal niet op mijn plaats. Haast al mijn vrienden wonen in Gent. Maar op een of andere rare manier blijf ik hier toch wel graag. En ik weet ook niet of ik in Gent mij op mijn plaats zal voelen. In Antwerpen word ik niet lastig gevallen. Hier kan ik van de maandag tot de vrijdag rustig doorwerken zonder dat er mij mensen voortduren ophouden. Wat ik doe zien de mensen niet als werken. Ze zien me gewoon als ne pipo die voortdurend thuis zit en niets doet, dat zal dan wel niet erg zijn dat den dezen verstoord wordt. In Gent zou ik daar veel meer last van hebben. Nog een reden dat ik niet durf verhuizen is omdat ik bang ben dat ik mijn waarborg niet zou terugkrijgen.
Even back to basics: er komt een derde release van je uit?
Ja dat zou ergens tegen de zomer moeten zijn. Eigenlijk mijn tweede full album, de eerste release was een 12inch. Ik weet nog geen titel voor het album, maar heb wel reeds alle nummers. Het wordt meer een combinatie van de vorige cd “Mating Seasons” en wat meer jazzy nummers. Het wordt meer en meer songgericht. Ik zal nooit evolueren naar één stijl, maar ik heb wel het gevoel dat ik evolueer kwa klank. Vroeger wist ik niets van mastering, editing of mixen en al die technologische snufjes in het muziekwereldje, maar nu ben ik daar al een stuk vaardiger in en weet ik meer hoe je een klank deftig tot zijn recht kan brengen. Maar de structuur om songs te maken is bij mij nog steeds hetzelfde gebleven. Vroeger speelde ik puur songs, daarna pure electronica, en nu combineer ik de twee.
Als je probeert te overleven van je muziek, probeer je dan ook aan te passen tot een publiek?
Om te leven van muziek maken, kan je gewoon niet anders dan compromissen sluiten, en moet je wel eens naar je publiek luisteren wat ze je te zeggen hebben. Als ik me enkel ga bezighouden met experimentele electronica, dan mag ik dat wel op mijn buik schrijven. Er zijn er natuurlijk wel die doorbreken, maar niet iedereen heeft zoveel geluk als Aphex Twin. Bij de dingen die ik nu maak, stel ik mij altijd de vraag of het wel aanvaardbaar is voor de gewone man die graag naar muziek luistert. Ik wil me niet in de categorie van de ingewijden steken. Ik wil muziek maken dat mijn ma cool vindt en dat tegelijk een electronicafreak cool vindt. Eigenlijk is het easy listening. Aphex Twin vind ik in een zekere zin ook easy listening. Er zitten veel elementen in dat iedereen herkent. Autechre maakt moeilijkere muziek maar ze bereiken toch een heus publiek. Maar die zijn in een goeie periode begonnen en hebben heel wat artiesten wakker geschud. Zo hebben ze een grote invloed kunnen uitoefenen. Die mannen zitten dan natuurlijk ook op fucking Warp records. Dat maakt het voor hen ook een stuk makkelijker. Maar die gasten hebben dat zeker verdient. Hun sound is lekker mega-vettig en hun constructies zijn... ja... ik zal niet zeggen geniaal, want ik denk ze veel met errors werken, wat op de duur wel een routine is hoe ze tewerk gaan. Ik ben er wel van overtuigd dat de programma’s en de machines waarmee je werkt het karakter van je muziek bepaalt. Het gaat al zover dat het soort sequencer dat je gebruikt al voor een deel het karakter bepaalt.
Maar ik denk wel dat met de hoeveelheid materiaal je experimenteert, hoe meer kennis en beheersing je over je materiaal beschikt. Die beheersing zal dan toch ook een een rol spelen in het karakter van je muziek.
Inderdaad. Met het materiaal dat ik nu heb speel ik niet meer op de manier hoe ik vroeger met mijn synthesizer stond te prutsen en te moduleren. Ik steek er nu een gitaar op, ik gooi dat nu door die filters, ik laat ze loopen, ik filter dat er dan weer uit en blablabla. Ik vind het heel vervelend als je een nummer hoort en dat je gewoon aan de sound hoort wat voor een machine ze gebruiken. En dat hoor je eigenlijk echt wel veel. Ik heb graag een authentieke klank. Vroeger was ik al snel tevreden als gewoon de song goed was, de klank vond ik minder belangrijk. Maar ik ben al zo lang bezig om alleen aan de song te werken, nu mag ik ook wel eens wat meer tijd in de klank steken.
Vroeger had ik in Brugge een groepje dat Cantina Band heette waarmee ik wel meer dan honderd cassetjes opnam met ene Maarten waar we superstoned op zongen. We bezopen ons dan met een gitaar bij kampvuurtjes. Zo maakte ik vroeger muziek. Zelfs als ik tien jaar was had ik ik zo’n walkmanneke met een ingebouwd microotje en nam ik alles op wat er rond mij gebeurde. Bij mij thuis ligt heel die stapel cassetjes nog samen met zes dagboeken die ik van begin tot einde heb volgeschreven. Alles wat ik in het verleden gematerialiseerd heb hou ik allemaal bij. Ik ben een waar nostalgicus. Ik vind dat geschift om ’s avonds eens zo’n cassetje op te leggen waarop je twee pubers bij een kampvuur hoort jammen. Ik heb zelfs nog ene met de andere Brugse troubadour Wio, van toen ik hem eens met mijn recorderke in het stadspark tegenkwam. Jaja, die nostalgie is voor een muzikant bijlange niet slecht. Dat kan zich goed tot zijn muziek verlenen. Het zijn emoties.
Dijf, met tranen in mijn ogen zal ik een eind aan dit gesprek maken, maar over tien jaar zal ik met een glimlach dit interview herlezen.
fg
foto’s: kv
"Dijf" 12inch en "Mating Seasons" cd/lp is uit op Clone: www.clone.nl